Mocht John Irving geen schrijver zijn geweest, hij was vast leraar geworden.
Ook een nobel beroep. Net als schrijvers beroeren leraren geesten, harten en zielen. Net als schrijvers willen leraars verleiden, inpalmen, het publiek aan zich binden. Allebei maken ze nieuwsgierig, stellen ze vragen, zetten ze aan tot denken. Liefst verpakken ze hun boodschap in een mooi verhaal dat erin gaat als zoete koek. A teaspoon of sugar makes the medicine go down leerden we van Mary Poppins al, wat dorre schoolfrikken en uitgedroogde pedagogen daarvan ook mogen vinden. Een saai boek leg je weg, een vervelende leerkracht pest je de klas uit.
Groot verschil: een schrijver stelt vragen, de leerkracht kent ook de antwoorden.
Maar dus, John Irving.
Zijn laatste werk, Queen Esther, werd met gemengde gevoelens onthaald. Hij is te oud, werd gezegd, hij heeft het niet meer. Lees eerst het boek, vel dan je oordeel, zegt daarover de auteur. Dat heb ik dus gedaan. Met graagte. Ik ben immers fan.
Toch moet ook deze fan erkennen: in het steekspel met de schrijver won in Queen Esther de schoolmeester het pleit. Het verhaal gaat gebukt onder de leerstof, die ligt er twee vingers dik bovenop. Queen Esther is meer lesonderwerp dan roman.
De les van vandaag, zegt Meester John, gaat over de toestand in het Midden-Oosten. Omstandig legt hij uit hoe twee partijen aanspraak maken op hetzelfde stukje land. Zij gebruiken daarvoor exact hetzelfde argument: – wij woonden hier eerder -, en dezelfde slogan: – From the river to the sea (wat betekent, verduidelijkt Meester John voor wie tijdens de les aardrijkskunde stiekem appjes zat te sturen, van de Jordaan tot de Middellandse Zee). Die patstelling, besluit Meester John, blokkeert elk mogelijk compromis. ‘Dus dat twee-statenland van jou, De Schrijver, schrijf dat maar op je buik. Gaat niet gebeuren.’
Dan gaat de bel.
Je zou toch denken: voor een meesterschrijver een conflict om duimen en vingeren af te likken. Dat was geloof ik oorspronkelijk ook de bedoeling. Schrijver John graaide nog een keer in de vertrouwde trukendoos die hij al sinds zijn eerstgeborene, De Beren Los uit 1968, met zich meezeult.
Dus ja, ook in Queen Esther worstelaars, alleenstaande moeders, adoptiekinderen. Een pension in Wenen ook weer, kleine, bescheiden mannen en grote, trotse vrouwen. Ook in Queen Esther gaat het hoofdpersonage boeken schrijven. Ook in Queen Esther talloze herhalingen met droogkomisch effect, een bezoekje aan de Amsterdamse Wallen met zijn prostituees en tatoeageshops. Geen beer deze keer, wel weer een hond. De hond in Queen Esther heet Hard Rain, naar het liedje van Bob Dylan. (Mijn altijd favoriete Irvinghond is Sorrow – Treurnis, vertaalt Meester John – uit Hotel New Hampshire, met het onsterfelijke Sorrow floats – Treurnis komt altijd weer, verduidelijkt Meester John voor de Engels-onkundigen.)
Queen Esther leerde me een habbekrats Hebreeuws en een mondje Duits. Als een vogel vloog ik over de tijdlijn van de geschiedenis van het Joodse volk. Of ik wilde of niet, Meester John vond dat ik haar pijn ook moest voelen. Ergens onderweg verliest Queen Esther in onduidelijke omstandigheden een arm. Iedereen die haar ontmoet voelt die stekende pijn. Twee vingers dik dus, ik zei het al.
Het spijt me, maar neen.
Ik werd door Queen Esther niet weggeblazen zoals door De Wereld volgens Garp.
Ik bleef in Queen Esther niet bladeren en bladeren, vergat niet tijd en plicht, verscheen niet te laat op een afspraak zoals me wel overkwam bij De Regels van het Ciderhuis.
Ik heb niet na Queen Esther twee dagen lang gehuild zoals na Tot Ik Jou Vind. Een leerboek ontroert nu eenmaal duizend keren minder dan een leesboek.
Tegen de stroom in laat Meester John Joodse stemmen aan het woord. Overtuigingen en twijfels, argumenten en excuses. Dat schuurt een beetje, in deze tijden van Gaza als openbaar abattoir. Dat een kunstwerk dwingt tot luisteren naar de stem van de andere kant, is echter toch vooral een meerwaarde. Het is goed in ‘t eigen hert te kijken, maar soms nog beter in dat van de ander.
Neen. Queen Esther is niet John Irvings beste boek. Het verhaal lijkt soms nergens naartoe te gaan, te vaak dwarrelen gedachten van te veel personages als boomblaadjes in de herfst door elkaar, te dik ligt de les er bovenop, te weinig maken de personages aan het lachen of huilen, werd ik verrast, verbaasd, verdwaasd, verbijsterd.
Maar ook het niet-beste boek van Meester John Irving blijft nog altijd wel een boek van Meester-Schrijver John Irving. Dus je gaat mij niet horen zeggen dat je er maar beter niet aan begint. Integendeel.
Zoals de grootmeester het zelf zegt: lees.
En oordeel dan zelf.
