Reacties

Voor

De speler

De wedstrijd kan alle kanten uit.

Zij zijn sterk. Het wordt moeilijk maar we hebben vertrouwen, we weten waar we ze pijn kunnen doen.

Mijn persoontje is niet belangrijk. Het teambelang staat voorop.

De coach

We spelen aan de buitenkant met twee wingers, in het midden geflankeerd door een kopbalsterke centrale verdediger. In het middenveld vijf middenvelders die zowel defensief als offensief denken en dan vooraan twee spitsen met een vrije rol. Tel daar de doelman bij en je hebt ons elftal.

We willen minstens een doelpunt scoren en achteraan de nul houden.

De jongens zijn klaar om te bijten in de bal. Ik wil overgave en grinta zien. De truitjes moeten nat vandaag.

Het resultaat is niet het belangrijkst. Het is de prestatie die telt.

Wij kijken niet naar de rangschikking. Wij focussen enkel op onszelf.

De analist

Een speler die op het veld staat, denkt niet aan die winstpremie.

Ze gaan spelen in een ruit, met de punt naar voren. Of naar achteren.

Hij neemt hier wel een risico. Je kan met deze veldbezetting winnen, maar je kan er ook mee verliezen. Of gelijkspelen, ook mogelijk.

Dat gras! Zag je hoe hoog het gemaaid is? En aan het halve maantje werd net nog gesproeid. Het wordt moeilijk noppen kiezen.

Rust

 De speler

We stonden goed.

Achteraan parkeren zij de bus. Dat is hun goed recht. Het is aan ons om oplossingen te vinden.

De tweede helft moeten we beter doen.

In de zestien missen we dat tikkeltje extra scherpte.

Bij die strafschop hadden we efficiënter moeten zijn.

De analist

Het balletje moet sneller rondgaan. Tiki Taka willen we zien.

Er is te weinig rust aan de bal.

De wil om te winnen, die is er niet.

De looplijnen zijn niet goed ingestudeerd.

We missen scherpte voor doel.

We moeten meer tussen de lijnen voetballen.

Hier gaat het goed tot aan de tweede zone.

Vind jij dan dat er voldoende diepgang is?

De hulpcoach

Onze kracht ligt in de omschakeling.

We moeten verticaler spelen.

We moeten het balletje vaker rondtikken en proberen in de ploeg te houden.

Met een doelpuntje tanken we vertrouwen en knokken we ons weer in de wedstrijd.

De wedstrijd duurt tot het laatste fluitsignaal.

Na

De speler

We hadden gehoopt hier de drie puntjes te kunnen rapen. Jammer.

De analist

Je moet het durven zeggen: er was te weinig kwaliteit vandaag.

Bij zulke fases moet je als spits meer kunnen doen.

Als je de beelden bekijkt zie je dat de VAR had moeten ingrijpen. Of vind jij van niet dan?

Het balletje rolde ook niet echt voor ons.

Het was allemaal net dat tikje minder.

Een overwinning zou het vertrouwen een boost hebben gegeven.

Als we ook volgende wedstrijd verliezen, zie ik het niet meer goed komen.

De coach

Ik wilde hem na zijn blessure toch minuten gunnen om ritme op te doen. Vandaar die wissel in minuut eenennegentig.

Het veld is in het nadeel van de voetballende ploeg. Op dit niveau kan dat niet, maar ik wil dat niet gebruiken als een excuus.

We mogen hem niets verwijten. Verdedigen doe je met het hele team.

De eerste vijf minuten zaten we goed in de wedstrijd. Toen liepen zij achter de bal.

Dan scoren zij en dan weet je dat het moeilijk wordt.

De drie tegendoelpunten waren zeker te vermijden.

We hadden gewaarschuwd voor standaardsituaties en stilstaande fases.

Er was inzet en intensiteit. Kwaliteit is er ook voldoende. Alleen, in de zestien hadden we niet genoeg honger.

Onze fans zijn de beste van de wereld. We missen ze. Met de steun van onze twaalfde man kunnen we altijd dat tikje meer.

Ik beschouw deze wedstrijd als een leermoment.

In het voetbal is de volgende wedstrijd de belangrijkste. Dat is die van volgende week.

Versoepelstress

Eerste hulp bij versoepelstress, kopt de website.
Ver-soe-pel-stress. Ik laat het woord even marineren op mijn tong. Het laat een smaakje na. Zo is de mens, als er geen problemen zijn, dan bedenkt hij er wel. Kijk daar, een hoofddoek.
Het is een pracht van een dag. Door het open raam stort de zon haar stralen in de kamer. Om mijn hoofd hoor ik, zoals in dat lied van lang geleden, het scherpe hoge zoemen van een mug. Op de radio is Rob de Nijs weer zestien en het meisje achtentwintig. Hoe oud ben je geworden als je vrouwen van achtentwintig meisjes noemt?

In het kapsalon scheert een ander meisje de winterdons uit mijn nek.
‘Weer helemaal nieuw,’ zeg ik.
‘Oud nieuw,’ lacht ze.
Die durft, denk ik, terwijl ik een meegaande glimlach op mijn lippen tover. Ik heb haar nog nooit eerder gezien maar het is geen dag voor gemopper. Zij is gewoon een vrolijk meisje van veertig, een tikje aan de zware kant maar uiterst bekwaam met schaar en tondeuse. Openhartig ook, haar man is loodgieter, ze heeft een dochter en ze wacht nog steeds geduldig op haar eerste vaccinatie. ‘Als we daarna ook dat mondkapje niet meer hoeven,’ zegt ze hoopvol.
He ja, denk ik, gooien we collectief onze kap over de haag.

Ik maak nog een ommetje langs het park. Er wandelen oma’s met kinderwagens, op het gras spelen jongens en meisjes een soort van honkbal. In het midden van het veld staat een slanke man die enthousiast aanwijzingen geeft. Net zoals je de getalenteerde voetballer er al na twee baltoetsen zo tussenuit haalt, herken je een gepassioneerde leerkracht na twee woorden. Nauwelijks nog een sprietje haar op zijn hoofd, maar zijn lichaam oogt nog altijd scherp als een mes. Hij strooit zijn enthousiasme uit over zijn leerlingen, een divers publiek, een jaar of zestien, de een in shorts en de ander in jogging. Ze dragen geen uniform, in hun ogen lees je nonchalante tevredenheid.
‘Mijnheer,’ zegt er een, ‘u moet zelf ook lopen, anders kunnen we niet winnen.’
‘Je hebt gelijk,’ antwoordt de leraar. De jongen kijkt tevreden. Deze leraar maakt zijn dag.

Naast het speelveld keuvelen twee vrouwen op het gras. Af en toe zegt een van hen iets tegen een meisje waaraan je van ver kan zien dat ze niet met honkballen haar brood zal verdienen. Ik wil de dames toeroepen: zit daar niet te zitten, beweeg met dat lijf. Mijn hoofd wordt bevolkt door Nederlandstalige zangers. Speel toch mee, wil ik ze aanmoedigen, smijt je tussen team honkbal. Leerlingen vinden dat fijn en later pluk je daar in je lessen de vruchten van. Gezagsdragers laten veel te weinig merken dat zij ook maar gewone mensen zijn. Een beetje relax met elkaar omgaan, politicus en burger, agent en demonstrant, leraar en leerling, daar wordt de wereld vast niet slechter van.

In de winkelstraat kijken vrouwen naar zichzelf in etalages. Ze dragen shorts of een jurk en bloezen zonder mouwen. Ook de mannen hebben zich in korte broek gewrongen, soms tegen beter weten in. De streekbieren en pindanoten tijdens de lange winteravonden zijn duidelijk nog niet geheel verwerkt. Op een bepaald tijdstip in de geschiedenis heb ik een trein gemist, denk ik, terwijl ik me vergaap aan uitbundig getatoeëerde schouders, polsen en kuiten. Ik ben de Laatste der Tattoolozen. Smaken en kleuren, tja.

Het woord versoepelstress speelt op. De aangekondigde vrijheid werpt haar schaduw voor zich uit. Ik weet niet goed wat ik me erbij moet voorstellen. ‘Daar komen ruzies en conflicten van,’ beweert een psycholoog. Met bezorgde blik de toekomst voorspellen is ook een verdienmodel. Ik prijs me gelukkig. Er is geen reden voor nervositeit, van welke aard dan ook.
Het is bijna 9 juni. Dan mogen de teugels los. Ik denk aan mijn broer die op 9 juni jarig was maar het nooit meer zal worden. Je zou hem die dag, net als de meeste andere dagen, zeker hebben gevonden aan de toog of op een terras, sigaret in de hand, bierglas halfvol.
Zou hebben, het zal niet meer gebeuren.
Op die dag van de vrijheid drink ik wel voor twee.
Geen stress.