Piemelportret

               Het was alles één groot misverstand. Hoe welgemeend ook de voornemens, eens te meer bleken ze plaveisel naar de hel.

               De Sprekershoek zou vorige week haar tweehonderdste publicatie vieren. Een feestelijk verhaal leek in de maak, een ode aan de lezer die elke zaterdagochtend bij de koffie vier minuten tijd in ons gezelschap doorbrengt. Hoe bescheiden onze redactie ook, één enkele werknemer slechts telt de Schrijverij, des te groter onze dankbaarheid. Wij zouden u trakteren op een bijzonder stukje, teder, ontroerend en een tikje geestig, helemaal zoals u dat van ons gewend bent, maar dan beter.

               Wat een feest moest worden, werd een nachtmerrie. Die begon bij de minister.
               Voor een schrijver, dat weet u, is alles materiaal. Een struikelende president, een fotoshop van de prinses van Wales, een betraande Bart De Wever, een schrijver ziet er inspiratie in. Dat een futiel feit ook omgekeerd kan werken, de artistieke bron doen uitdrogen, dat had ik me dus onmogelijk kunnen voorstellen.
               Ik keek op het avondnieuws naar Vlaams Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Zuhal Demir. De eerlijkheid gebiedt mij te erkennen dat in mijn hart weinig sympathie woont voor de politica, noch voor de ideeën waar ze voor staat, noch voor de boude toon waarop ze die verwoordt. Omgekeerd evenredig heb ik het grootste respect voor de vrouw die haar nek uitsteekt.

               De minister profileerde zich als slachtoffer. Niks nieuws leek mij. Ik heb ze niet gelezen, maar volgens mij staat de Calimero-rol gewoon in de partijstatuten. Daar gaan we weer, dacht ik, het is weer de schuld van god weet wie.  Ik had ongelijk. De minister had recht van spreken. Een anonieme pipo had haar een afbeelding bezorgd van zijn hoogstpersoonlijke jongeheer. Over wat er op dat beeld zoal te zien was, bleef de minister vaag. Alle begrip, wat je privé wordt toegestuurd, geeft je niet zomaar aan de openbaarheid prijs. Veel verbeelding heeft een mens ook niet van doen om zich hiervan een voorstelling te maken.
               Geen vrouw hoeft zulks te accepteren, ook geen man, wat mij betreft. Dat de minister bij de politie klacht neerlegde, vond ik dan ook terecht. Wat bezielt zo een man ook, vroeg ik me af. Wat denkt hij te bereiken? Bestaan er echt mannen die geloven dat een vrouw gelukkig wordt van een foto van zijn piemel? Geen vreemder beest dan de mens, denk ik soms.
               Ook vroeg ik me af hoe dat praktisch in zijn werk gaat. Zelf krijg ik mijn hoofd niet op een selfie, hoe moet dat dan met die kronkel onder een bolle buik? Er dienen fotogenieke keuzes gemaakt. Vogelperspectief of kikker? En face of en profil? Slaperig, half wakend of paraat voor de strijd? Zwart-wit of kleur? Mét decor erbij of een naakte obelisk voor een zwarte achtergrond? Scherp, flou artistique of sepia? Een hele onderneming, lijkt het wel.  

               De minister zelf bracht me weer bij de les. Een lelijk woord voor een lelijk ding, moet ze hebben gedacht, want dat doen ministers soms, denken. Een dickpic versturen moet hard worden aangepakt, zei ze. Dat schoot bij mij, excuus, toch in het verkeerde keelgat. Onverwijld kroop ik in de pen, een onhebbelijkheid die ik met meerdere schrijvers deel.  

               Geachte Mevrouw Minister

Bij deze wens ik mijn medeleven te betuigen met de goorheid die u is ten deel gevallen. Het zou niet mogen zijn. Ik deel uw verontwaardiging en steun uw initiatieven om aan dit soort walgelijkheden paal en perk te stellen.
Toch moet mij ook dit van het hart: dient een vooraanstaand minister van de Vlaamse regering, boegbeeld van een partij die de Vlaamse taal hoog in het banier voert, niet ook op talig vlak vreemde invloeden te allen tijde uit haar discours te weren? Helemaal als er daarvoor valabele Vlaamse alternatieven bestaan? Enkele suggesties? Wat dacht u van mijn piemelfoto? Mijn Penisportret? Mijn lulkiekje of flieterbeeld? Mooi, toch?

Graag zou ik een en ander aan u persoonlijk toelichten op uw kabinet.

Met de meeste achting

Meteen al de volgende dag ontving ik volgende reactie:

Mijnheer Schrijvers

Als u denkt grappig te zijn, dan vergist u zich terdege. Ik heb uw piemelfoto, penisportret of hoe u uw wansmakelijke beelden ook wenst te omschrijven, overhandigd aan de bevoegde instanties. U mag zich binnenkort verwachten aan een bezoek van onze justitiële diensten.
Ten persoonlijke titel nog dit: wat mij betreft, omkadert u uw piemelbeeld met een vergulde lijst, kleeft u er een pittig prijskaartje onder en hangt u hem te kijk in een dure galerij. Een eerste deel van een tweeluik, ernaast een foto van die ene cel in uw hoofd die u uw hersenen noemt.

Zonder achting

Sindsdien, ik zweer het, kreeg ik werkelijk geen letter nog op papier en konden derhalve vorige week de feestelijkheden niet doorgaan.
Excuus daarvoor.

Plaats een reactie