Een hamster in de woestijn

               Die ochtend valt de regen met bakken uit de lucht. Uit de hemel, dacht ik te zeggen, maar ik betwijfel of die bestaat.
               Op mijn rug in bed geniet ik met de ogen toe van het ritme van de regen op het vensterraam. Mijn oren suizen, een late uitloper van mijn wilde jaren waarin ik tijdens fuiven en feesten voornamelijk danste met mijzelf en driftig de luchtgitaar bespeelde met mijn oren tegen de luidsprekers. Hoe gaat dat? Je bent jong, je wil wat, liefst een lief, lawaai, leven. Later wordt dat anders, nu is algehele stilte mijn beste vriend. Veel wil je op mijn leeftijd ook niet meer, je bent blij met wat je in de schoot valt.

               ‘Nu de vakantie voorbij is, ga ik vrolijker in het leven staan’, zeg ik zacht tegen mezelf. ‘Al die mistroostigheid, die negatieve gedachten, ze vreten aan een mens als een rat in een keukenkast en leiden verder tot helemaal niets.’ Moe maar voldaan over deze eerste diepzinnigheid van de dag, trek ik de deken nog wat verder over mijn hoofd. Goede voornemens bedenken, het is een gave, ik maakte er in mijn leven genoeg om de Chinese Muur mee te plaveien.
               Ongevraagd onderbreekt de radio mijn blijmoedige gedachten. Een verhaal over een Bekende Vlaming. Een onderzoek. In het kader van. Op verdenking van. Meer wist het journaille ook niet. Iets voelt niet lekker, ik kan er niet meteen de vinger op leggen. Daarom herkauw ik het bericht alsof ik zes ben: Men (wie) onderzoekt (kijkt na) of Bekende Vlaming (Naam en Toenaam) betrokken is bij iets (vaags) dat mogelijk (misschien wel, misschien niet) strafbaar is. Genoemde Bekende Vlaming is vast geen lid van een studentenclub, bedenk ik. Stel: morgen blijkt dat deze mijnheer werkelijk nergens mee te maken heeft, kan hij dan op zondag weer vrolijk in de rij staan aanschuiven bij de bakker om warme broodjes?

               Kan iets dat letterlijk elk kind al zijn ganse leven weet nog nieuws zijn? De radioman laat weten dat een nieuw schooljaar voor de deur staat. Dat is even schrikken! Die hadden we tijdens de laatste week van augustus niet zien komen.
               De bevoegde minister riedelt zijn bekende liedjes. Mijn darmen spelen op. Ik onderdruk de aandrift om minister met radio en al de regen in te keilen. Ik doe het niet, de kracht van het positieve denken, ik sta nu immers goedgemutst en welwillend in het leven. O kijk, de minister heeft een plan. Lieve god in de hemel, geef ons een teken. Schenk ons een bewindsman die minder doet aan plannen en beloven, aan ideologie en populistisch gezwets, iemand (m/v/o) die gewoon aan beleid doet. Meer vraag ik niet, god. Ik ga prompt in u geloven en vertrek vandaag nog met de fiets op bedevaart naar Compostella. De Heer hoort mij niet, misschien was ook hij in zijn jonge jaren een fervent luchtgitaarvirtuoos.

               Vanzelf dwalen mijn gedachten naar mijn voornemens aan het begin van de vakantie. Ik zou een meesterwerk maken, u herinnert zich dat nog, u kocht een staatsbon minder om dat magnum opus te kunnen bekostigen. Ik moet u zeggen: er is nog wat werk aan. Praktische bezwaren wrikten zich tussen droom en daad, zeg maar. Ik diende te reizen om te leren, feestjes en partijen te vermaken met spitse humor en scherpe witz, te schransen en te dansen, bier te drinken en wijn en talloze oesterschelpen leeg te slurpen. Maar het komt goed, op een dag. Denk positief.
               Veel tijd vergde ook mijn niet aflatende, diepe bekommernis om de planeet en haar bewoners, zoals daar in de eerste plaats zijn de wolf en de wilde hamster. De wolf kweekt te veel. Dat is bedreigend nieuws voor geit en schaap. De wilde hamster daarentegen is minder wild dan zijn naam ons wil doen geloven. Hij paart nog minder dan de panda en is daardoor met uitsterven bedreigd. Daarover moeten we ons grote zorgen maken.
               Die tragedie vernam ik op dezelfde dag dat in een woestijn de uitgedroogde lichamen werden gevonden van een moeder en haar kind. Hun zoektocht naar een beter leven spatte uit elkaar op de muur rond het fort van onze rijkdom. We zijn, geloof ik, in de rangorde der prioriteiten de weg een beetje kwijt.

               Uiteindelijk gaan mijn ogen open. De lucht is uitgehuild. Stralen zon vlammen door de grijze wolken. Het wordt vast weer een mooie dag. Voor de spiegel valt mij in dat exact vandaag elf jaar geleden mijn vader doodging, meer dan tachtig jaar een van de vrolijkste jongens op de planeet.
Elke dag ga ik een beetje meer op hem lijken.

6 gedachten over “Een hamster in de woestijn”

Geef een reactie op Tanja Reactie annuleren