Pingen in Blogland

               Alle woorden zijn gelijk, maar sommige woorden zijn meer gelijk dan andere. George Orwell zei het al. Of iets van die strekking.
               Hoog op mijn gelijkheidsladder staat het woord Deining. Daarbij beeld ik me rimpelingen op het water in en een vrouw drijvend op een luchtbed. Of de vleugelslag van die fameuze Amazonevlinder die aan de andere kant van de wereld tot een storm leidt. Deining veroorzaken deed ook een woord dat op een dag vanuit mijn hoofd en hart via mijn toetsenbord de wereld in trok. Het deinde ver, voorbij woestijnen, zeeën en continenten.
               Dat woord was Twijfel, de titel boven een stukje enige tijd geleden, toen ik even de grond onder mijn voeten niet meer voelde. Ik kende een ogenblik van onzekerheid, aarzeling en dubio. Ik weet het, het zijn zotten die werken, Jules Kabas zei het ook al, en dwazen die zichzelf nooit in vraag stellen. Mijn tekstje wilde niet meer zijn dan de individueelste expressie van een individuele emotie, zoals Kloos het zou verwoorden. Een lichte vleugelslag van een onooglijke vlinder.

               Het begon bij Koen die mij pingde. Pingen in Blogland wil zeggen dat iemand je tekst oppikt en daarbij je naam vermeldt. Koen is geen dwaas, hij twijfelt ook, af en toe, vandaar dat pingen. Dat Koen mijn tekst gelezen had, berust eerder op toeval. Toeval is wat ons steeds weer bindt.
               Toevallig volgden we in dezelfde periode dezelfde opleiding. Toevallig ook doodden we allebei graag de vrije momenten met een potje kaart. We speelden om geld dat ik nooit had. Op een dag zou dat veranderen, in mijn handen brandde een Miserie op Tafel die me driehonderd Belgische Frank zou opleveren, vandaag een schamele zeven en een halve euro, toen mijn volledige weekgeld. Toevallig zaten alle kaarten tegen in dezelfde hand. Die van Koen. Ik betwijfel of ik mijn speelschuld ooit afloste. De feiten zijn inmiddels vast verjaard, maar Koen, bij leven en welzijn, als we ooit, de eerstvolgende pint is op mijn kosten.

               Toeval van een hogere orde. In de vakantie na ons afstuderen reisde ik samen met mijn gabber Filip en zijn vriendin met de trein Europa door. We sliepen in nachttreinen, op banken of de grond in stations en in parken onder de sterren. We overleefden op stokbrood en goedkope rode wijn. Het leven was lachen en vrijheid toen, regels en wetten alleen voor ouden en gehoorzamen.
               Op een snikhete dag botsten we aan de voet van de Akropolis tegen Koen en zijn kompanen. Hoe kon dat? Hoogzomer, een drukbezochte wereldstad, miljoenen toeristen, en dan dit treffen? Mijn verbazing steeg boven de kariatiden uit toen Koen vertelde dat zijn verblijf niet langer dan één etmaal duren zou, net lang genoeg om straks aan de rand van de stad in een amfitheater naar Hamlet te gaan kijken, door The Old Vic Company uit Londen. Derek Jacobi zou gestalte geven aan de getormenteerde Deense prins. Of wij ook niet gewoon zouden meegaan? Dat deden we. Haast vijftig jaar geleden inmiddels en nog altijd soest het zacht gefluisterde To be or Not to Be me af en toe als een kleine nachtmuziek in slaap.

               Toevallig snuisterde ik op een dag van twijfel en aarzeling wat doelloos door Blogland. Weer botste ik op Koen. Net als ik schrijft Koen ook korte stukjes over de gewone dingen des levens, vanuit duizend en een om ter origineelste invalshoeken. Hij heeft gezworven en gereisd, dit gedaan en dat en veel meegemaakt en is ten langen leste geland in Mozambique. Van daaruit heeft hij mij gepingd.
               Blijkt dat Koen veelvuldig en op vele plekken wordt gelezen. Mijn Twijfel reisde de wereld rond, door Nederland, Zweden, Ierland, de Verenigde Staten, tot Trinidad en Tobago. Trinidad en Tobago, weet u zelfs waar dat ligt? Vergelijk me niet met Taylor Swift, maar mijn cijfers piekten. Nieuwe volgers schoven aan. Er werd geliket en met hartjes gestrooid dat het een lieve lust was. Als u denkt dat ik hier schromelijk overdrijf, twijfel niet, u heeft gelijk. Maar weet ook, deze weifelaar voelde zich een koning, een held, al was het maar voor één dag.

               Gewoon dankjewel Koen, zou ik nu kunnen zeggen. Dat doe ik niet. Ik ping hem lekker terug. Gaat u eens buurten op https://koenschyvens.wordpress.com/, misschien wordt hij daar op zijn beurt ook wel weer vrolijk van.   Want dat is per slot toch van dit verhaal de moraal: dat we elkaar best wat meer mogen pingen allemaal.
               En Koen, twee dingen.
               Als we ooit, dan heb je niet één, maar twee pinten tegoed.
               En dat van die gouden pen, zeg dat nog eens. 

Plaats een reactie