Het zijn harde tijden voor een man.
Toch voor een man als ik. Er is niet alleen die stomme manosfeer, er is ook die plotse omslag naar het warme weer.
Toen ik kind was, waren mannen zwijgers. Granieten blokken. Noeste werkers, harde bast, steevast in zichzelf verzonken. Een man deed waar hij zin in had, was vrouw noch kind uitleg verschuldigd.
Wij, de boomers van vandaag, waren anders. Onze idolen waren Marc Bolan, David Bowie, Lou Reed. Androgyne wezens. Half man, half vrouw, zo leek het wel. Zwaar onder de make-up, gestifte lippen, soms in een jurk optredend, soms in een pak.
Nieuwe mannen werden wij. Mannen met een zachte kant. Mannen met gevoelens. Wij durfden huilen in het openbaar. Mij was dat op het lijf geschreven. Naar verluidt had ik de baarmoeder nog maar half verlaten en krijste ik de vroedvrouw al de kamer uit. Gillend, schreeuwend, als een waterval kwam ik in dit tranendal. ‘Alsof je negen maanden lang naar je Grote Bleirmoment had toegeleefd,’ vatte mijn vader het later samen.
Mijn vader noemde ons de softe generatie.
Hij kon maar niet begrijpen waarom en hoe wij liggend tussen een hoop kussens op de grond, in een wolk van rode Libanon en patchoeli, gegidst door een baardig figuur in Indisch gewaad, onze diepste ikken deelden met elkaar. Ook dat beviel mij overigens wonderwel. Bomen over wat mij bezighoudt, ik geef het op een briefje, geef mij een Duvel of twee, drie en als een stripper op een verjaardagsfeest kleedt mijn ziel zich voor je uit. Ongeremd en zonder schaamte, naakt tot op het vel. Hoe meer Duvel, hoe meer bloot, dat is mijn devies.
Wij ontwikkelden onze vrouwelijke kant.
Die heeft elke man, wat de manosfeer daar ook over zegt. Zo heeft ook elke vrouw wel wat mannelijks in zich. Waarom peilt men in zo’n enquête niet of een vrouw haar man mag slaan? Of gebeurt dat nooit? Daar hoor je de filosoof niet over.
Verwijfd, noemde mijn vader ons. Mannen van de verkeerde kant. Wij brushten onze haren die we tot op de schouders lieten groeien. We trokken op zaterdag weleens een potloodlijntje rond de ogen. Er werd weleens een sieraad omgehangen, links of rechts een oorbel ingeschoten. We liepen op schoenen met hoge hakken. Net meisjes, vond mijn vader.
We stapten niet langer zomaar meer in broek en trui. We lieten de vrouwen in onze levens onze kleren kiezen. Eerst volgden we nog braaf het belegen vestimentair advies van onze moeders, later leerden we luisteren naar het lief van de dag, de week, de maand. Elk nieuw lief wist welk shirt het beste paste bij je blauwe ogen, welk hemd het mooist samenviel met je nieuwe schoenen. Vreemd genoeg kwamen ze allemaal bij een andere outfit uit. Daarover leerden wij te zwijgen. Het ging er per slot aan het einde van de avond niet om welke kleren je had aangetrokken maar om welke je had uitgedaan.
Steeds meer gingen wij, nieuwe mannen, ons als vrouw gedragen. Wij hadden maandelijks onze dipjes, riepen voortdurend o my god, raakten steeds weer onze sleutels kwijt en gingen alsmaar vaker voor de spiegel staan. We knepen puistjes uit, maskeerden pukkels weg, deden rare dingen met ons haar. Schat, durfden wij weleens te vragen, vind jij mijn gat niet te dik in deze short?
Natuurlijk stelden we ook grenzen aan die vrouwelijkheid. Een deel van ons blijft altijd man. Bij mij zie je het aan mijn kruin. Ik zou een monnik kunnen zijn. Maar zie je mij al lopen in een kleed? Ik dacht het niet.
Dus ik heb me ook niet voorbereid op dit warme weer. Ik kocht geen tienbeurtenkaart voor de zonnebank. Liet ook mijn zwembroeklijn niet waxen. Schoor het haar niet van mijn benen.
Hier sta ik dan, voor mijn kast met kleren. Schabben vol en niets om aan te doen. Vroeger had ik nog gezegd: een T-shirt, een short, sandalen, papa gaat op stap. Dat kan natuurlijk vandaag niet meer. Mijn kuiten zijn nog winters wit, hebben nog geen spatje zon gezien. Twee preistengels onder een afgeritste parabroek, dat is toch geen gezicht? Sandalen, draagt iemand dat nog? Witte sokken, mogen die nu weer wel of nog altijd niet? Ik weet het niet. Ik zou van wanhoop kunnen huilen.
Dat ze daar maar eens een programma over maken op de televisie, over hoe je je als man moet kleden in de zomer. Daar zouden we heel wat beter mee geholpen zijn.

Heerlijk Eric.
LikeLike