Eenhoorns

Eenhoorn gedicht

Je ziet het vaak in detectives. Twee rechercheurs aan een tafel. Aan de andere kant de verdachte en een zwijgende advocaat. “Waar was u op dag zus en zo tussen zo laat en zo laat?” Antwoord: “Dat weet ik niet meer, dat is zo lang geleden.” Logisch, vinden wij hier in Huize Happy. Er is zoveel om te vergeten.
Maar ik weet wél nog precies waar ik was op 7 oktober 1977 in de namiddag. Dat was een vrijdag. U bestond misschien nog niet. Ik dus wel. Ik herinner me nog het koude buislamplicht, de tafels geschikt als een u, de donderstem en barse blik van mijnheer De Graef. Die les veranderde mijn leven. Enfin, nuance, heeft iets gedáán. Het ging over ‘Eenhoorn’, een gedicht van Jotie T’ Hooft.

De jonge dichter uit Oudenaarde had zich de vorige dag de aders vol heroïne gespoten. Dat had hij niet overleefd. De leerkracht was een emotioneel man. Hij liet ons delen in zijn verdriet. Hij treurde zowel om het heengaan van een jonge mens, als om het veel te vroeg verscheiden van een talentrijk en beloftevol dichter.

De wereld van de dichtkunst was tot op die dag voor mij even mysterieus en ontoegankelijk als het slipje van Debbie Harry. Mijn poëtische ervaringen beperkten zich tot de verzen van ‘Zeven anjers, zeven rozen, ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ en ‘Pappie loop toch niet zo snel’. In mijn eindwerk van het middelbaar het jaar voordien recenseerde ik nog ‘Malle Babbe’. Een gedicht was een enigma, geheimtaal voor intellectuelen die moest worden gedecodeerd.

De heer De Graef leerde ons lezen. Dat de dichter als een eenhoorn, sierlijk maar doelloos, door de wouden van het leven dwaalde. Dat die wouden een schepping waren van een heer die wij niet kenden. Hij heeft geen naam, geen gezicht, geen handen of stem. Dat ‘bladeren’ hier twee bladeren was: voedsel voor wie het lust, een nietigheidje in de wind.
En dat de dichter dood wou. Hij smeekte zijn heer: lok mij naar u toe, ik wil mijn kruisweg gaan, struikelend over naald en vlam. Neem mij, nu, voor ik word als al die andere domme stumperds die bij leven al uitdoven. Dat stond daar allemaal, in wat een prachtige verzen! Die dag openbaarde zich een nieuwe wereld.

Wat ik die avond deed, weet ik niet meer precies. Wellicht bedelde ik thuis mijn zakgeld bij elkaar om dat in café Spike weer onmiddellijk te verbrassen. Daar draaide men nog platen van vinyl, op drieëndertig toeren. Bad Company, Supertramp, Bob Dylan, The Rolling Stones. Lyrics kende ik nauwelijks maar als ik genoeg gedronken had, zong ik schijnbaar in mezelf verzonken volledige teksten mee, verfrommeld achter mijn pint. Die kostte 16 BEF, vandaag veertig eurocent. Aanstellerij hoeft niet duur te zijn. Achter een dichte mist van Zwarte Afghaan of Rode Libanon vond je de wc. Ik raakte wel eens secondhand stoned.

Waarschijnlijk leegden mijn maatje Filip en ik net als altijd onze beurzen en glazen, onderwijl eindeloos filosoferend over de leegheid van het zijn, het onnut van het bestaan, de zeepbel waarin we moesten leven. No Future klopte aan de deur.
Wij zwoeren: wij spelen dit spel niet mee, ons krijgen ze niet. Niet wij. Tot het einde van onze dagen zouden wij, gehuld in groene parka’s onze haren lang blijven dragen. Voor ons geen legerdienst, geen maatpak, geen klotejob van negen tot vijf. Eenhoorns zouden wij zijn, onaantastbaar en tijdloos. Mythisch. Sierlijk zouden wij dwalen door het woud der schepping, onderweg meegraaiend wat ons beliefde. In de slotzin van mijn ‘Malle Babbe’ stond nog zwart op wit: “Ik wil niet doodgaan, hoogstens sterven.” I hope I die before I get old, die dagen.

Filip hield zijn woord gestand, ik niet. Ik vond een vrouw, een kind, een doel om voor te leven. Maar gisteren dacht ik even, waar is mijn beste vriend?
Net als Jotie T’Hooft stierf mijn drinkebroer, mijn gabber, mijn maatje, op zes oktober, vandaag acht jaar geleden. Ook hij vond in de bladeren van dit woud geen voedsel. Chronisch dorstig als een eend, leidden zijn stapstenen hem van kroeg naar kroeg. De lichtlans op zijn voorhoofd verdronk in veelvuldige glazen verschalend bier. De heldendood van de dichter werd het niet.

Een blad in de wind.

Vlieg!
Zweef!
En dans.

2 gedachten over “Eenhoorns”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s