Bomma zegt nee

Je hebt voldoende kilometers op je teller, zou je denken. Jou krijgen ze niet zo gauw meer op je paard. En toch, deze week.

Eerst.
Een hoop heisa over een BV en de grenzen van het fatsoen. Je wilde het negeren maar het was overal, de hele tijd. God en Kleine Pier trokken stante pede een toga over het hoofd, scharrelden zwaard en weegschaal bij elkaar en bonden zich een blinddoek voor. Wie heeft nog een wetboek nodig om recht te kunnen spreken?
Je scrolt door het oordeel des volks. Je maag tolt als een badlaken in een droogtrommel. Dat die wijven niet zoveel complimenten moeten maken. Dat ze het zelf hebben gezocht. Dat het allemaal zo erg toch niet is, een paar duizend tekstberichten, so what?
Als een ander ons op onze grenzen wijst, schreeuwen we woke en brand, maar zelf weten wij precies hoeveel die ander moet kunnen verdragen. Hoe erg moet het zijn, vraag je je af. Wie anders dan de belaagde zelf bepaalt die grens? Als ieder voor zijn eigen deur veegt, is heel de straat proper, zei de bomma vroeger.
Ooit onderrichtte je jongens van zeventien over liefde en lichamelijkheid. Zij wisten daar verbijsterend weinig over. ‘Als ze nee zegt, zegt ze nee,’ waarschuwde je. ‘dat heb je dan te accepteren. Vind je dat lastig, denk dan aan mij. Uw goesting zal rap over zijn.’ Haha en begrepen mijnheer. Doelstelling bereikt. Nooit geweten hoe vaak op zaterdagavond er ook daadwerkelijk aan jou werd gedacht.

Dan.
Die voorzitter van het Eigenbelang: ‘Als je politici minder gaat betalen, worden ze vatbaarder voor corruptie’. Dat moest even zinken. Aan uw eigen kent ge een ander, komt ook van de bomma.  Zesduizend euro elke maand, anders speelt hij vals. Zo zijn die politiekers, blijkbaar, ze zeggen het zelf. Jij bent natuurlijk betrouwbaarder dan de heilige maagd, dat spreekt, jij hebt geen zesduizend euro nodig om je boterham eerlijk te verdienen.
Een op vier gouwgenoten geeft dit creatuur een stem.
Soms wil je opnieuw geboren worden, op een plek ver van hier.

En nog.
Het land verkeert in nood, overal zoekt men centen. Jij weet ze liggen, makkelijk zat. Ruw geschat twaalfhonderd Belgen parkeren hun fortuin in een belastingparadijs, goed voor om en bij een slordige 172 miljard.
‘Legaal,’ verdedigt men, ‘gewoon de achterpoortjes van de wet.’ Dat verkleinwoord alleen al. Sluit die dan, denk je. Beetje Koninklijk Besluit is zo in elkaar geflanst, zie avondklok of knuffelcontact.
Maar neen, liever stroopt men de kei het vel af.
Het geld moet gehaald waar het zit en dat is, dat weten we allemaal, bij de Langdurig Zieke. Die moet eindelijk eens worden aangepakt. Dat stapt pas uit bed als de Gezonde al een uur nukkig in de file staat, op weg naar de dagelijkse slavenarbeid. Dat plukt de dagen, ontbijt op het gemak, eitje zacht gekookt, warme croissant erbij, kannetje koffie, krant. Dat gaapt door het raam, geeuwt nog een keer, mompelt ‘Laten we vandaag maar eens lekker niets doen. De Gezonden travakken wel voor twee.’

Jij weet beter.
Je was er niet lang geleden zelf een. Achter je de bruggen opgeblazen, voor je het gapende gat. Het vat der wilskracht leeg, de energievoorraad uitgeput. Elke volgende dag dreigde nog donkerder dan de vorige.
Je voelt nog steeds de schaamte, de machteloosheid, het pijnlijke besef overbodig te zijn. Dat loden schuldgevoel omdat je werd betaald voor werk dat je niet deed. Je was bang en onzeker, altijd benauwd voor de deurbel, ook op vrijdagavond, de controlearts slaapt nooit. Hij hoort je vijf minuten aan en beslist dan ontegensprekelijk over de rest van je leven.
‘Ga wat doen, leef’ adviseerde je psycholoog. Weer op straat, liep je dicht tegen de gevels aan, hoody over je hoofd. Je wilde niemand zien en door niemand gezien worden. Je schaamde je als je in de zon een boek las of ging fietsen.
Wat iemand een Langdurig Zieke maakt, interesseert de Gezonde niet. Een geknapte rug of geknelde zenuw, de nasleep van een officieel genezen kanker, een onzichtbare aandoening waardoor je aldoor hondsmoe bent, hem zegt het allemaal niets. Hij kent het niet, voelt het niet, moet er niet van weten. Jij bent de krekel, hij de mier. Jij zingt je door de dag terwijl hij in het zweet zijns aanschijns de ruif moet spekken die jij ongegeneerd weer leeg vreet. Na de Werkloze, de Waal en de Migrant, moet nu de Langdurig Zieke aan de schandpaal.
Bij het Laatste Oordeel vraagt men in dit land niet: ‘Ben je een goede mens geweest,’ maar wel: ‘hoeveel dagen had jij verlet?’
Wie niet werkt, is gezien.

En toen.
‘Nee,’ zeg je. ‘Het is genoeg geweest.’
Rolluik toe, flesje open. Nee, voor jou hoeft het even niet meer.’
En nee is nee.
Dat was bij de bomma ook al zo.

4 gedachten over “Bomma zegt nee”

  1. Mooi.
    Betreffend langdurig zieken: heb net dezelfde bodemloze put moeten uit proberen kruipen Erik. En dan ben je een heel gelukkig mens dat je naasten begripvol en geduldig zijn. Pak de oorzaken aan inderdaad. Ons maatschappelijk systeem kraakt, neen, is failliet vrees ik. En van onze politiekers zal de oplossing niet komen.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s