Velpop 100

               Radio 1 houdt Belpopdag. Honderd muziekstukjes van uitsluitend Belgische snit. De luisteraar bepaalt de volgorde, Alles Begint bij Luisteren is immers het huisdevies. Het plaatje dat het meest gevraagd wordt, wint. Tegen zes mag de kurk van de fles. Dan overstijgt een Ruimtevaarder een pesterige leraar, tuimelt in Ploegsteert een wielergod van de fiets of bladeren verderop Twee Meisjes op een strand in modebladen.

               Op wie te stemmen?
               Ik grasduinde door de lijst van vorig jaar, speurend naar liedjes uit de tijd van de Belgische Radio en Televisie. De Vlaamse zanger smeekte om er te mogen worden gehoord.
               ‘Onze eigen muziek vinden ze te min op de BRT,’ beweerde onze vader, zelf nochtans ook bepaald geen adept van het Vlaamse lied. The Strangers, Schele Vanderlinden, ja, lachen. Of Louis Neefs, pinten pakken met Benjamin. Maar dat was het dan wel ongeveer.
               Onze zielen waren onbesmet, onze hormonen sliepen nog, we waren naïef genoeg om hartstochtelijk te delen in de pijn van het levenslied. Ik zag hem daar echt staan, Willy Sommers, aan die voordeur van dat rijhuis, in zijn armen een bruidsboeket van Zeven Anjers, Zeven Rozen. Hij klonk zo triest en ongelukkig dat wij heel zeker wisten dat ze nee zou zeggen. Een kind voelt zoiets. We leerden tevens dat liefde je veel geld kan kosten en dat zelfs ook dat geen garantie biedt op een kus.   
               Zo mooi, Zo blond en Zo alleen waren wij, net als Jimmy Frey. Het zou niet mogen zijn. Jimmy, de tachtig voorbij nu, heet weer gewoon Ivan Moerman en geniet van elke dag die hem nog is gegund. Aan het eind komt alles goed. De getormenteerde wanhoop van de jeugd ruimt ergens onderweg plaats voor de rustige weemoed van de oude dag. Iets om naar uit te kijken.
               ‘Ik ben verliefd op jou,’ kwetterde Paul Severs wanhopig.
               ‘Paul Zevers zou een betere naam zijn,’ mopperde onze vader. Wij daarentegen kweelden luidkeels met Paul mee, het galmde over de tuinen en daken van onze wijk naar achterliggende huizen waarin meisjes woonden die Suzanne heetten, Marina of Hilde. ’s Nachts versmoorden wij ons verlangen in zoute tranen met de handen onder de lakens.
               Geen levenslied helaas in Belpop. Het behang van onze jeugd verbleekte onder de adem van de tijd. Alleen nog Will Tura, langer dan zestig jaar de gekroonde koning van het Vlaamse lied, neemt Eenzaam Zonder Ons plaats op nummer 41, net voor Naar de Wuppe. Grapje van het lot.
               Ook BRT zelf is niet meer. Het moest met V, tot meerdere glorie van onze Vlaamse volksaard en het eeuwige geneuzel daaromtrent in dit plat pays qui est le mien (op 56 overigens).

               Hoe Belgisch oogt dan nog de Belpoplijst?
                Ik zocht naar Pierre Rapsat – ‘Rapsat? Rap zat, zeker,’ (onze vader) – om een of andere reden bezorgde zijn Judy et Cie mij weleens een warme ril. Ik vond hem niet.
               Jean Vallée dan, ‘L’ Amour, c’est tellement fantastique’, ‘L’ amour, on devient musicien, de vrais petits Chopin, rien que pour une blonde’, voor hoeveel blondines hebben wij deze aria niet op de knieën gedeclameerd, compleet en al in de taal van Molière en de Liefde? Die Jean Vallée dus, uit Verviers, geridderd, de eerste keer achtste op het Eurovisie Songfestival, bij de herkansing tweede. Tweede! Dat is bijna ABBA. Niet in de lijst.
               Enkel Sandra Kim deed ooit beter. Ik weet nog waar ik was die avond in de lente van 1986. Achter de tapkast tijdens een huwelijksfeest. De dans hield halt om te luisteren naar de ultieme points of de zury op de radio. Een meisje van dertien hield van het leven en wij dus ook, iedereen rap zat. Ik heb haar gezocht, Sandra Kim. Helaas ook niet gevonden.

               Tegelijk met de B heeft de V ons nationaal erfgoed uit het geheugen geramd. Acht Franstalige liedjes slechts op honderd. Acht. Adamo, het zou nog mankeren. Angèle en Jo Lemaire. Stromae natuurlijk, twee keer, Formidable quoi?
               Brel, grootste Belg bezuiden de taalgrens, meester Jacques, passie in persoon, meer parels aan de kroon dan een top tien kan bevatten, drie keer. Op ocharme zevenenzeventig, zesenvijftig en uiteindelijk op twintig het tijdloze, altijd weer opnieuw beklijvende Ne me quitte pas. Op twintig. Een schande is het, Luisteraar.
               Misschien luister ik straks nog wel maar Belpop is het niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s