Laat ik maar meteen bekennen, ik heb een zwak voor het Nederlandstalige lied. Dus vlijde ik me voorbije zaterdag languit op de bank voor de Lage Landenlijst op Radio 1. Thermos koffie erbij. Voor een gepensioneerde is zaterdag een dag als een ander. De krant op de bijzettafel blijft ongeopend. De strapatsen van dronken politici die ons nu ook letterlijk in de zeik nemen laat ik graag aan me voorbijgaan. Het moraalridderschap is niet zo aan mij besteed. Dat fatsoensrakkers het met hun eigen normen wel vaker niet al te nauw nemen, weet ik al sinds Malle Babbe, die aanstekelijke meezinger die overigens niet voorkomt in de Top 100 van het Nederlandstalige chanson. Vraag me niet waarom. Ik kan echt niet alles zelf doen.
Wel in de lijst, nieuw op 63, Will Tura. Ik lip de tekst geluidloos mee.
De regen stroomt als tranen langs de ruit
’t Is of de ganse hemel om je huilt
Ik voel me zo mistroostig als het weer
Ik mis je zo ik mis je meer en meer
Niet bepaald Shakespeare. Toch reis ik met elke noot en elke lettergreep wat verder terug in de tijd. Voor ik het doorheb, baadt de dag in die behaaglijke, oranjerode gloed van weemoed die vertrouwd voelt maar ook een beetje pijn doet, als een wonde die nooit helemaal toegaat.
‘k Herinner mij de tijd van jij en ik
Van d’ allereerste tot de laatste blik
‘k Zie je nog altijd als verslagen staan
Toen ik vertelde dat ik weg moest gaan
Onlangs zag ik op televisie Luc Alloo in gesprek met Arthur Blanckaert, zijn schoonvader. Arthur Blanckaert bekt niet als artiestennaam, vandaar dus Will Tura. Arthur Blanckaert is tweeëntachtig nu. Hij lijdt aan beginnende Alzheimer, dat wist hij nog. Tijd voor Will Tura om ermee op te houden. Ten afscheid blikte hij nog een laatste plaatje in. ‘Als ik terugkijk,’ heet het. Aan vooruitblikken doe je niet meer als je tweeëntachtig bent.
Ik hoor mezelf zingen. De woorden ken ik uit mijn hoofd. Will Tura, Eddy Merckx, zat zijn op zaterdag en pistolets op zondag, dat zijn de bloemen op het behang van je leven. Je beseft nauwelijks nog dat ze er zijn, tot ze op een dag verdwenen zijn. Martine Tanghe.
Toen ik in korte broek liep, was Will Tura mijn idool. Eenvoudig mee te zingen melodietjes, niet al te ingewikkelde rijmpjes en verhalen die mateloos mijn fantasie prikkelden. Wat vond ik die Linda een gemeen serpent, hoe ze daar lag te kronkelen in de armen van een andere man! Wat zielig ook voor die arme Joe! En wat had ik graag een El Bandido willen zijn. Ook ik werd verliefd op een airhostess waarmee ik op maandag landde in Moskou en op dinsdag in San Fransisco stad. Ook draaide ik op Wills advies 79 72 04. Ik belandde bij een man in Nederland, hij bleek niet bepaald gelukkig me te leren kennen.
Ik gaf een recital in onze huiskamer, sober gekleed in een wit katoenen onderbroekje. Mijn oude oma was mijn publiek, haar houten wandelstok mijn gitaar. Een weergaloos optreden, oma en ik zijn het nooit vergeten: Aan mijn darling, Wat je diep treft, Eenzaam zonder jou. Ongevraagd bisnummer werd het vrolijke Zonneschijn. Oma zat de hele tijd enthousiast te schuifelen op haar stoel. Zonder hulp van mijn gitaar kon ze niet naar het toilet. Dat kreeg ik pas door toen het te laat was.
Mijn zingen is nauwelijks nog zingen meer. Toen kwam het verraad. Ik kreeg de baard in de keel. Mijn muzikale smaak overschreed de grenzen van taal en grondgebied. Hoogmoedig keerde ik de rug naar de West-Vlaamse minnestreel. Die kinderlijke teksten. Die flutmelodieën. In mijn caravan ben ik Superman, Jezus! Ik was dan wel een puistenkop, maar wel een puistenkop met goede smaak. De Clement Peerens van mijn tijd was ik, popkenner, vrouwenliefhebber, aanhanger van de Diepste Poëzie. Ik ruilde Tura in voor Dylan. Je verstond geen woord van wat hij zei, maar het was goed voor je imago. Het leven is Mooi? Vergeet Barbara? Het Leven was Lijden en wie the fuck was Barbara?
Ik schreeuw de longen uit mijn lijf nu. De ruiten trillen. Er loopt nat over mijn wangen.
Ik mis je zo ik mis je meer en meer
Ik zie je in mijn dromen keer op keer
Wie zegt me hoe en waar zie ik je weer
Ik mis je zo ik mis je meer en meer
Een karamellenvers. Natuurlijk. De zoveelste treurzang om een liefde die niet kon zijn. Maar niet vandaag. Vandaag huilt de ganse hemel niet om een gemiste liefde. Vandaag ben ik mistroostig om een wonde die nooit heelt. Keer op keer zie ik in een oranjerode gloed de bloemen op het behang van mijn leven verbleken. De ruiten tranen om dat kind in korte broek dat liedjes speelt op de houten wandelstok van zijn moeizaam haar plas ophoudende oma. Om die puistenkop die verwaand met Dylan dweepte. Om al die jongens die ik ooit geweest ben en nooit meer worden zal.
Ik mis ze zo. Ik mis ze meer en meer.

Waw…
De mooiste nostalgie die ik ooit las
X
LikeGeliked door 1 persoon
Waw… Elke
Dank je wel. X
LikeLike