Afscheid van X

               Het spijt me dat ik zeggen moet, tussen mij en X komt het nooit nog goed. Oprecht jammer dat het zo gelopen is.
               Ik was nog een jongen toen ik X leerde kennen. Ik zat op een keukenstoel achter een mok dampende chocolademelk. Uit het grote pak voor me viste ik zesentwintig koekjes. Die rangschikte ik op de tafel netjes van a naar z, een bescheiden letterkoekenexpositie. Algauw maakte ik er originele figuren mee: een buxus, een crucifix, een xylofoon. De kunstenaar in mij is toen geboren.
               X oogde nog onopvallend toen, haar benen zedig gekruist, een beetje weggedrumd tussen de weelderig krullende w en de langbenige y. Ze had iets exclusiefs, vond ik, een mix van exotische mysterie en een zwoele zweem van seks. Dat weerlegde ze meteen, gans ontdaan en geheel perplex. Enig sexappeal was haar dan misschien niet vreemd, voor extreme gedachten diende je bij k en s te zijn. Op dat vlak duldde ze geen excessen. Zo was X toen. Mijn gevoelens voor haar waren exceptioneel. Ik vond haar sexy en bekoorlijk en behaaglijk warm als een saxofoon bij een glas rode wijn en een knapperend haardvuur. Vanzelf werd X een bepalende factor in mijn leven.

               Altijd waren we samen. Toen kwamen onze apenjaren en verloor ik haar uit het oog.
               ‘We gaan op zoek naar X,’ schoot een vriendelijke leraar wiskunde meteen te hulp. We zochten tussen axioma’s, haakjes, maal- en deeltekens, breuken en kwadraten. X liet zich niet altijd zo makkelijk vinden.
               ‘Jaag haar niet op, ‘ adviseerde de leraar, ‘isoleer haar. En bovenal: laat X in haar juiste waarde.’  Ik probeerde, al speelde X vaak hard to get. Soms vond ik haar en soms ook niet. Ook haar juiste waarde kon variëren. De ene keer bleek X 1 te zijn, een andere keer min 3. Ik begreep haar niet. Op een bepaald examen bleek X gewoon nul, had ik me urenlang extra uitgesloofd voor niks.

               Nul is nooit de uitkomst, niemand wil nul zijn, daarvoor was X ook veel te exclusief. Die nulwaarde ging aan haar kleven als Tippex die je niet verwijderd krijgt. Ze sukkelde in een minderwaardigheidscomplex waar enkel een expert en een flinke dosis Xanax haar weer uit konden praten. Ook ik deed mijn best.
               ‘Ik ben niks,’ huilde ze.
               ‘Wel,’ praatte ik op haar in, ‘jij bent X, hoor je. Wie ben jij?’
               ‘Ik Ben X,’ snikte ze.
               ‘Onthoud dat,’ zei ik. Ik ontfermde me over haar. Tienduizend spelletjes OXO speelde ik met haar, bij Scrabble plukte ik X zo vaak ik kon uit mijn lexicon, acht punten extra telkens weer. Luxe, legde ik, mailbox ook. Eén keer zelfs laxeermiddel, wat ons allebei naar een ongekende extase voerde. Excelleren dankzij X verschafte haar en mij een maximaal genoegen.

               Toen bleek X enigszins bipolair. Niet toevallig staat haar ene been helemaal haaks op het andere. Haar hang naar succes nam toxische dimensies aan. Ze ging zich extravert gedragen en steeds vaker te buiten aan extreme excessen. Zo overwoog ze op een dag haar naam te veranderen.
               ‘Prince ging zich plots toch ook TAFKAP noemen,’ stelde ze.
               ‘Prince of TAFKAP, allebei even dood,’ antwoordde ik meedogenloos.
               ‘Ik dacht aan Twitter,’ zei ze.
               ‘ ‘Mijn Lieve X,’ probeerde ik, ‘je kan je toch niet voordoen als een kwetterend vogeltje? Je krijgt niet eens je pootjes naast elkaar.’
               ‘‘Relax nu maar,’ zei ze, ‘dat is exact wat ik ga doen.’

               Haar getweet werd mij allemaal te veel. Onze relatie oxideerde, vroeg of laat zou ze exploderen. Als ijsschotsen dreven we uit elkaar. Ik verweet haar exhibitionisme, zij behandelde me als een appendix die uit haar leven verwijderd moest. Op een nacht vluchtte ik in een taxi in het donker.

               X kreeg nieuwe vrienden, hoorde ik. Een grofgebekt zootje, externe, anonieme lieden met extreme ideeën. Voor exuberante sommen liet ze zich schaamteloos exploiteren. Elke vogel mocht bij haar een ei kwijt, al geurde het naar excrementen. Alles mocht, alles kon, als het maar de kassa spekte. De vulgairste scheldpartijen liet ze expres passeren, ze negeerde de grofste xenofobe schimpscheuten, liet de leugenachtigste complottheorieën ongemoeid. Vrije meningsuiting, noemde ze dat. Het loonde. Na een externe audit liet ze haar waarde, ooit min 3, taxeren op de beurs.

               ‘Mijn lief klein vogeltje,’ vroeg ik wanhopig in een laatste poging tot verzoening, ‘waarom kan je toch niet weer als vroeger zijn?’  
               ‘Voor jou wil ik wel gewoon weer X worden, hoor’ zei ze toegeeflijk. Maar het was te laat. Ze veranderde dan nog wel weer haar naam, haar houding werd alsmaar extremer. Mijn schots dreef onherroepelijk naar de exit.
               Daardoor is nu dus X mijn ex.

4 gedachten over “Afscheid van X”

Geef een reactie op desprekershoekvandeschrijverij Reactie annuleren