Rusalka

In den beginne was er niets.
Er was de oudejaarsnacht en wij. Wij zopen ons er doorheen. We wensten elkaar seks, drugs en rock and roll, in bulk, en hosten vervolgens van kroeg naar festijn in Harmonie of Stadsfeestzaal alwaar Raymond, Arno of Katastroof musiceerden ter vermaak.
Opeenvolgende jaarovergangen, langzaam ouder maar nog steeds beneveld, gunden we elkaar een goed lief of een vaste baan. Of allebei. En dat we ze nog lang mochten mogen.
Op een koude nieuwjaarsdag hoorde je jezelf: “Een goede gezondheid, dat is tenslotte toch het belangrijkste.” Je stopte ook wat eerder al met slempen, want morgen was er weer een dag.

Het wordt minder, dacht je. Je was niet meer jong en uitbundig, zorgeloos en vol van wilde sprongen. Het beste had je al gehad. Prijs je gelukkig met een kwaaltje hier, een mankementje daar, en wacht. Op een dag vallen jij en je schaduw samen en maakt de tijd er een einde aan.
Dat zag je verkeerd. Aan de einder brandt de mooiste zon, licht versluierd en roodgloeiend, pootjebadend in de zee. De zon heeft geen pootjes, ik weet het, het is een beeld. Het zegt: het is andersom, het wordt alsmaar beter.

Deze oudejaarsavond vond je ons in De Koninklijke Vlaamse Opera. Het plein ervoor fonkelnieuw, met een opvallend gebrek aan groen. Een statement van het stadsbestuur, al te vrolijk moet het niet worden in deze zelfverklaarde Metropool.
Al bij de entree proef je de belegen grandeur, honderd jaar oud misschien. Brede gangen, hoge zuilen. Mannen in driedelige pakken. Vrouwen in lange gewaden, hangers aan gouden kettingen tussen borsten die ook ‘s winters troost en warmte bieden. Armbanden rinkelen om elegante polsen, nagels glanzen fel gelakt, bruin, paars, dieprood. Hakken klepperen niet, ze tikken de tegels, van vestiaire naar toilet naar zaal. Je inhaleert esthetiek.

Zelf droeg ik mijn duurste en witste hemd van Desigual onder een buik maskerende, roestbruine trui van Emporio Armani. Mijn skinny jeans, licht gebleekt, uit het Broekenpaleis maar dat kon je er niet aan zien, viel naadloos op de glimmende, lichtbruine schoenen, Gucci, uiteraard. De kin spiegelglad, een zweem Jungle Man, wat nog rest van mijn wilde haren – in een ver verleden volgens mijn haarstyliste wasted on a man, casual in de war, stijlvol, grijswit. We misten nog een koningin of toch minstens een minister-president.

Op de scène een imposant decor. Houten waterdruppels, vijf meter hoog. Water van hout bestaat niet, ik weet het, het is een beeld. Ze draaiden op ronde schijven die de ene keer een kabbelend meer suggereerden, dan weer vasteland of storm. Het licht acteerde mee, maakte wind, woei woeste golven .
Bombast, zeker. Kosten noch moeite waren gespaard opdat de Verbeelding zou krijgen wat ze verdient en Schoonheid het respect dat haar toekomt.
Rusalka, een sprookje. Met een wanhopige waternimf, een prins, een watergeest, een heks. Met liefde, wanhoop, valse beloften, intrige en dood. Zangers stalen onze asem, verdubbelden of verveelvoudigden hem en lieten ermee donder rollen over het uitverkochte theater, of harten smelten. Dansers, buigzaam en plooibaar, met meer beweeglijkheid en souplesse dan stengels wuivend riet aan de oever van het wassende water. Ik lachte bij ’t zien van dees Schoonheid. Dat is uit een ander stuk, ik weet het, maar het zegt wat ik bedoel.

Uren verstreken maar dat merkte je niet.
Het werd middernacht. We knuffelden, omhelsden en kusten elkaar, bedwelmd nog, vervuld van een zeldzaam warme gloed. We waren geïnjecteerd.
Twee dagen later werkte die prik nog altijd door, toen ik, gelegen voor Pampus, overlopend van sentiment meeleefde met Bregje Hofstede en haar schrijnende pijn in Drift. Schrijft zij, pagina 285: “Ik moet steeds dromen inslikken, ik ben er misselijk van.
Dat heb je verdomd mooi gezegd, dacht ik, en liet bezinken. Ik had jaloers kunnen worden maar besloot haar woorden te proeven, liet ze smelten in mijn gemoed, als een praline op de tong. En ik wist het zeker: 2020 wordt het jaar van de Schoonheid.
Ik wenste het mij en ik wenste het u.

Inmiddels.
Een zoon komt niet thuis. De minister-president verspreidt geruchten. Een staatshoofd bestelt een moord, vliegtuigen vallen uit de lucht. Bossen branden, mensen en dieren vluchten of verkolen.
Ook dat is het leven. Het ligt niet in mijn handen.
Wat kan ik doen?
Dit.
Schone Dingen die ik zie, zal ik plukken uit de lucht. Ze koesteren en met liefde bewaren, in frêle doosjes, aan de binnenkant met witte wattenbollen bekleed.
Soms, in tijden van troost, maken we ze open en kijken we ernaar.
U en ik. Samen.

2 gedachten over “Rusalka”

  1. Weer mooi gezegd!
    Moest spontaan denken aan wat SMAK-directeur zei: “Mocht er evenveel schoonheid zijn in de politiek als er vandaag in de kunsten is, dan zouden we goed bezig zijn.”

    Geliked door 1 persoon

Laat een reactie achter op Marc Lejeune Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s