Een goede leerling

Voor M., D. en de anderen

Dag Matthijs*

Het spijt me. Het spijt mij, en mij niet alleen, meer dan jij je kan voorstellen. Kon je dat wel, dan was je misschien nog hier. Wie weet, misschien had je anders gekozen. Je had andere dingen aan je hoofd.

Ik herinner me je nog. Je volgde elektriciteit, in het beroeps. Je praatte niet veel, durfde dat niet goed. Een rustige jongen, geen kolkende rivier, een stil water. Je werkte hard en onopvallend, je deed je best. Daar houden wij van, in scholen. Je was wat wij noemen een goede leerling

Een goede leerling zijn, is gevaarlijk. De leerkracht kijkt je voorbij, naar de achterste rij waar het kabaal vandaan komt. Op de klassenraad krijg je dertig seconden: “Alles ok, goede gast, heb je nooit last mee. Volgende.”
Ooit gaf ik mijn klas opdracht een filmrecensie te schrijven. Daarin mochten de woorden ‘goed’ of ‘slecht’ niet worden gebruikt. Dat zijn passe-partoutwoorden. Ze zeggen niets, vervlakken.
“Hoe gaat het?” “Bwah, goed.” Dat vinden we niet interessant. Je bent zo uitgepraat. “Goed? Ha, tof! Fijne dag nog.”
Boeiender is: “Het gaat niet best. Mijn vrouw wordt morgen een borst weggenomen.” Bàm! Spotlights. Aandacht!  Wie het goed lijkt te gaan, zien we over het hoofd. Goed is saai. Heeft de wereld je over het hoofd gezien, Matthijs?

Een leerling is binnen het mensdom een aparte soort. Het is een rol, zoals politicus, gitarist of advocaat. Alleen maar dat. Een leerling leeft volgens regeltjes (dat hebben we samen zo afgesproken), leert lessen, maakt taken, haalt punten. Het kind dat leerling wordt, houdt tijdelijk op kind te zijn. Een leerling buigt voor het gezag, protesteert niet en houdt gevoelens binnen.
Of anders!
Op een dag meldde een ontredderde moeder dat haar zoon een week afwezig zou blijven. Voorbije  nacht had hij geprobeerd dit leven te verlaten. “Die zijn schooljaar is mislukt,” zei de klasleraar, zijn stem hard en koud als het metaal dat hij bewerkte, “die kan zijn attest vergeten.” De leerling gebuisd.

Helaas, er zijn er nog geweest. Ik herinner me Jeroen, een vijfdejaars. Jeroen praatte wél graag. En veel te veel. Tot we hem niet meer hoorden. Hadden we misschien ook hier geen oor genoeg? Jeroen is altijd negatief, zegden wij tegen elkaar, gezeten bij een kop koffie, prikkend in een dieetje van gesneden avocado’s, veldsla en walnoten. We plukten voor dessert nog een stuk fruit uit de mand die iemand voor zijn verjaardag had meegenomen. Eigen oogst, een knoert van een venkel erbovenop. Jeroen verdwaalde op een dag in radeloze ontevredenheid op de sporen en sukkelde onder een trein die niet te laat wou zijn. Slechts weinigen geloofden in een ongeluk, al dat malcontente, je kon het bijna zien aankomen, hoorde je achteraf. Dan wel.
Een andere jongen, twaalf, liet in zijn klas een lege stoel achter. Waarvan droomt een kind van twaalf? Waarvoor is het bang?

Ooit, ik was nog blond, adoniaal en veelbelovend, vond men een collega thuis, boven een omgetrapte stoel, de nek gebroken. Erbij een verwijtbrief aan de wereld. De man wou expliciet geen bloemen of kransen van zijn werk. Iemand vond dat nefast voor onze reputatie. Ze bezorgde een krans in naam van alle collega’s. Ook de laatste wens werd niet gehoord.
Jaren later, weer een ander, een vijftiger. Een liefdesgeschiedenis, schijnt.

In deze regio van melk en honing proberen elke dag achtentwintig mensen zich het leven te benemen. Drie daarvan lukken. Tussen Duvel en Trappist weten amateurpsychologen hoe dat komt. “Ze zoeken aandacht.” Dat daarin een tekort verscholen zit, zeggen ze er niet bij. Wie zoekt, vindt vaak ook niet.
Volgende rondje: “Mensen kunnen nergens meer tegen, moeten harder zijn. Er wordt te veel gepamperd. What doesn’t kill you makes you stronger.” Die prietpraat.
Niet worden gezien, gehoord, gerespecteerd, gewaardeerd. Geen geloof in jezelf, geen rust in je hoofd. Niet iedereen vindt een antwoord. Sterven vanbinnen maar blijven lachen als de clown.

Het klimaat beweert iets anders, maar er is te weinig warmte in dit land. Het is te koud, te hard en cynisch. Men verdraagt te weinig, praat over een ander als over een iets. Er wordt naar hartenlust verweten, beledigd en gescholden. Hoe meer lawaai, hoe minder men luistert. De blik keert naar binnen, te weinig naar elkaar. Zeg mij zonder opkijken: welke kleur hebben de ogen van je vrouw?
We moeten lief zijn voor de dieren, dat wel, maar voor elkaar?
Drie doden, elke dag.

Het spijt me, Matthijs.

* De namen zijn fictief.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s