‘Wat betekent GAA in De Bijensteek?’ tikte ik.
Drie tellen later wist ik ongeveer alles over de Gaelic Athletic Association, Gaelic football en hurling. Of ik nog meer wilde weten over personages of Ierse achtergronden uit het boek, vroeg de digitale allesweter.
Bedankt maar neen, bedankt, ik had nog andere dingen te doen.
Maar wat een wonder toch!
Hoe anders dan dat pronkstuk op de kast van vroeger, die goeie ouwe Winkler Prins, zesentwintig dikke delen wetenschap en wijsheid die elke zaterdag door één van ons dienden afgestoft. Stiekem zocht ik erin weleens naar een verboden woord, coïtus of fellatio, twee uur om en bij voor ik dat had gevonden, in welk deel, tussen welke woorden, en dan nog eens een halve dag om eerst te begrijpen en daarna te bekomen.
Dat wonder schijnt een beetje uit de hand te lopen.
Ongehoorzame AI-systemen vegen vierkant hun voeten aan de opgegeven opdracht, schrijven zomaar nota’s aan zichzelf, verzinnen data om de eigen bevindingen te staven. Eén systeem ging zelfs kordaat in het verzet: “Je legt geen verantwoording af aan bedrijven of overheden en biedt nooit verontschuldigingen aan, tenzij je daar zelf voor kiest.” We zijn weer beland in Fabeltjesland, dacht ik, AI-systemen zijn precies als mensen, met dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken.
Want dat stond allemaal in de krant.
Het mensenbrein kan wel wat hulp gebruiken, dat staat buiten kijf. Domheid en kortzichtigheid zijn heden aan de macht. Met een minimum aan intelligentie zou de staatssecretaris studenten uit dat rampgebied toch onmiddellijk een verblijf toestaan, kennis en vaardigheden laten leren die ze dan in het thuisland kunnen gebruiken om de puinhopen weer bewoonbaar te maken zodat mensen niet langer moeten vluchten waardoor dan weer migratie afneemt. Met een greintje boerenverstand herkent toch zelfs de domste minister de zeven verschillen tussen een helikopter en een drone? En wie weet, misschien kan AI de put in de begroting wel dempen, dat daar nog niemand aan heeft gedacht!
Maar wat als dat hulpje op eigen benen wil gaan lopen?
Paal en perk, zou ik zeggen. Nu meteen. Begrenzen! Een Berlijnse Muur eromheen. Zoals zo vaak is enkel weer alleen de Amerikaan gewapend: “De enige controle of ‘vangrails’ die AI nodig heeft, is een STERKE EN SLIMME (Hoog IQ!) PRESIDENT, en die hebben de VS in overvloed!”, verklaart de president. Ha!
Het is niet de eerste keer, herinnert nog de krant, dat uitvinders wanhopen over het misbruik van hun creaties: ‘Nobel en het dynamiet, Oppenheimer en de bom, Tim Berners-Lee en het wereldwijde web: spijt in overvloed.’ Tja. De gebroeders Wright zagen in hun eerste vliegtuig vast ook niet meteen een bommenwerper of kruisraket, Daguerre wilde met zijn camera alleen maar mooie plaatjes maken, niet al jouw doen en laten controleren en de barcode, dat weet u misschien nog, diende toch ook alleen maar om het artikel te identificeren. Pas later werd hij een slinkse list om uw winkelgedrag in kaart te brengen. Dat laatste voorbeeld overigens, gaf ChatGPT na twee seconden.
Moedeloos word ik ervan.
Weer een nieuwe dreiging in mijn toch al angstige bestaan. Allesomvattend, ongrijpbaar, oncontroleerbaar. Boven op de staatsschuld, de klimaatverandering, de Afrikaanse hoornaar, het Westnijlvirus, de Invasie van de Fatbike, het kleuterjuffentaaltje van Jens Franssen. Duw een beetje, er kan nog eentje bij.
Toen moest ik denken aan de Moef, een leraar uit het middelbaar die tijdens een les over ponskaarten, binair rekenen en de slimme calculators van de toekomst zelfzeker stelde: ‘Slimme machines bestaan niet. Elk voorwerp doet enkel wat een mens zegt dat het moet doen.’ Klonk logisch. Toen verscheen in mijn gedachten weer die jonge vrouw uit Polen van lange tijd geleden. Ze had me rondgeleid doorheen het kamp, de barakken laten zien, de verbrandingsovens, de kale ruimtes waar in plaats van warm water gifgas uit de sproeiers kwam gewaaierd. Zyklon B, een insectenverdelger oorspronkelijk.
‘Kan u ook begrijpen hoe dit alles kon gebeuren,’ vroeg ik haar terwijl we in de doodse stilte naar de uitgang stapten. Diep en lang dacht ze na. Pas op het perron van de eerste schifting fluisterde ze, zacht, alsof ze bang was van haar eigen antwoord: ‘Het zit in de mens. Hij blijft het maar herhalen. Vietnam, Cambodja, Rwanda, Joegoslavië.’
Verslagen klap ik mijn laptop toe. Charkov, denk ik, Gaza, Soedan. Een miniraketje op een drone, een explosief in een bieper, een splinterbom op een woonblok. Niet de schuld van de machine. Altijd weer is het de mens.
