Het licht in haar ogen

Wat is kunst?
Over deze en andere vragen breken u en ik al eens graag het hoofd. Een sluitend antwoord vinden we niet maar wat zou het? Prakkiseren over wat er uiteindelijk niets toe doet, het vult de donkere dagen, kost geen geld en houdt ons van de straat.

De blik in haar ogen, ja, dat is kunst, dat weten wij. Dat heeft Stijn er nog stevig ingedramd.
De glinstering in de blauwe irissen van Marieke Lucas Rijneveld vorige zaterdag bij Thomas Vanderveken kwam wel heel erg dicht bij die definitie. Ogen zijn de spiegel van de ziel, zo zegt de dichter. De ziel van de schrijfster zal dan blank en ongeschonden zijn. Onschuld borrelde van diep vanbinnen omhoog en zocht zich een uitweg langs oog en mond.
‘Noem mij maar Tussenpersoon,’ zei ze. Omdat ze het zelf ook niet weet, of ze een zij is of een hij. Allebei, denkt ze. Noem haar wat mij betreft Totaalpersoon. Zij is zoveel meer dan de som van zomaar een jongen en zomaar een meisje. Om de woorden van een andere schrijfster te ontlenen, zij mag alles zijn.
Alles zijn en toch gewoon jezelf blijven, grote kunst.

Meer nog dan een praat- is ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ een luisterprogramma.
Twee mensen aan een tafel, glas water, close-up camera’s. De twee kennen elkaar hooguit van naam. Samen met zijn redactie heeft de ene het komende anderhalf uur minutieus voorbereid, de ander scharrelde intussen wat beeldfragmenten bij elkaar. Patti Smith, Billie Eilish, Theo en Thea.
Er ontstaat een heus gesprek, zonder debatfiches. Met woorden, blikken, stiltes. Er valt al eens een euh. De twee snuffelen, tasten, zoeken, willen elkaar beter leren kennen. Zij ontdekken, geven zich bloot, kwetsbaar haast als geliefden. Er gebeurt iets, ze verrijken zich aan elkaar.
Daarvan getuige te mogen zijn, beschouw ik als een voorrecht. Tijdens de aftiteling vervlochten hun handen zich. Een klein gebaar van grote schoonheid.

Meisjes uit Bulgarije of Litouwen die getooid in traditionele jurken folkloristische liedjes zingen, ook dat is kunst.
Ik zag ze op het heilige podium van de Koningin Elisabethzaal. Zoals alles van waarde kwamen ook zij weerloos, met alleen maar hun stemmen en een aandoenlijk jeugdig enthousiasme. Niets schept meer vreugde dan onbekommerd getwinkel van opgewekte meisjes. Het warmde de mens vanbinnen, krulde een glimlach op de lippen. Je zou willen meezingen maar ontbeert daarvoor de stem en noodzakelijke basiskennis van het Bulgaars of Litouws. Wegdrijven op melodieën van engelenkoren, dat kon dan weer wel.
Ook een koor uit de omgeving gaf present. Tachtig jonge Borgerhoutenaren zongen boodschappen van belofte en hoop. Hun gezangen klommen omhoog boven het dagelijkse brommergeknetter van snelle drugkoeriers, loeiende sirenes en de occasionele ontploffing van een granaat.
Helaas, ze werden niet gehoord door de afwezige burgemeester en zijn vazallen. Het zou hun kijk op een bepaalde gemeenschap mogelijk enigszins hebben bijgesteld, muziek verzacht immers de zeden. De andere kant opkijken, kansen laten liggen om vooroordelen bij te sturen en dichter bij elkaar te komen, koud kunstje voor een uil die niet wil zien.

Oude kunst gezien ook in het schilderachtige Delft, vorige week.
Schuilen voor de regen kan er bij het praalgraf van Willem van Oranje. Maar het is daar kil en stil en niemand zegt wat terug. Een tombe is zelden interactief.
Doe mij maar het Huis van Johannes Vermeer. Van souterrain tot nok volgestouwd met relieken en prullaria ter meerdere eer en glorie van de ongelukkige Meester van het Licht. Geleefd als een artiest, berooid tot in de kist. Stijn had helemaal gelijk, de blik in de ogen van Het Meisje met de Parel, dat is kunst.

Onze onophoudelijke zoektocht naar schoonheid liep enigszins spaak in het feeërieke Gent. Mia had er nochtans het licht gezien, zo was ons toch verteld. Wat Mia kan, zou ons ook wel lukken.
Driewerf helaas.
Ik word niet week van een rode lichtkolom op een kale muur. Een stroboscopisch kleurenpalet wekt in mij geen diepere emoties op. Krassende en krijsende kreten onder een tollend spotlicht, ik word er koud noch warm van.
Gelukkig bood af en toe een installatie schoonheid en troost. Gezichtsmozaïeken geprojecteerd op boomblaadjes. Verlichte waterdruppels die raadselachtige woorden vormden. Voor idee, uitvoering en balsem op de ziel, een tien.

Aan het einde van de route mocht de bezoeker lege bladen vullen. ‘Wendy was hier,’ las ik, en ‘Groeten uit Venlo.’
‘Zolang de laatste maar niet vergeet het licht uit te doen,’ kribbelde ik speels op een verder  onbeschreven blad.
Een grapje. Al lachend zegt de nar de waarheid.

2 gedachten over “Het licht in haar ogen”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s